Oefeningen op de naamwoorden.  Deze oefeningen zijn compatibel met de woordenlijsten van de reeksen Ars legendi, Claviculae, Phoenix en Studium Novum (telkens 1ste en 2de jaar).
Deze oefeningen werden gemaakt door de leerkrachten die de nascholing "Hot Potatoes" volgden op 17 november 2004 in Genk.

Klik hier om het vocabularium te downloaden dat gebruikt werd voor het aanmaken van de oefeningen. Het studeren van de eerste betekenis van de woorden is voldoende voor het maken van de oefeningen. Je kiest best de betekenis die aansluit bij de handboekenreeks die je gebruikt. Vocabulariumkennis is zeker zo belangrijk als grammaticakennis.

Oef. 1

Substantieven en adjectieven: gemengd

Oef. 2

Substantieven en adjectieven

Oef. 3

Substantieven en adjectieven: 1ste klasse

Oef. 4

Substantieven en adjectieven: 1ste klasse

Oef. 5

Substantieven en adjectieven: 2de klasse

Oef. 6

Substantieven en adjectieven: 2de klasse

Oef. 7

Substantieven en adjectieven: gemengd (ook 3de klasse)

Oef. 8

Substantieven en adjectieven: gemengd (ook 3de klasse)

Oef. 9

Substantieven en adjectieven: Wat is het passende substantief?

Oef. 10

Substantieven en adjectieven: Wat is het passende adjectief?

Oef. 11

Substantieven en adjectieven, enkelvoud.

Oef. 11 bis Substantieven en adjectieven, enkelvoud. (extra: actief)

Oef. 12

Substantieven en adjectieven:meervoud.

Oef. 13

Voorzetsels: met substantieven en adjectieven van de 1ste klasse

Oef. 14

Voorzetsels met substantieven en adjectieven van de 2de (en 3de klasse)

Oef. 15

Voorzetsels met substantieven en adjectieven van alle klassen.

Oef. 16

Het aanwijzend voornaamwoord (gecombineerd met substantieven)

Oef. 17

Trappen van vergelijking

Oef. 18

Trappen van vergelijking

Oef. 19

Trappen van vergelijking

Oef. 20

Trappen van vergelijking

Oef. 21

Voornaamwoorden: Ego, tu, se, nos, vos, is, ipse, idem, hic, iste,ille, qui, quis? 

Oef. 22

Voornaamwoorden: is, ipse, idem, hic, iste, ille, qui, quis?

Oef. 23

Voornaamwoorden: is, ipse, idem, hic, iste, ille, qui, quis? met subst. en adj.

Oef. 24

Voornaamwoorden: is, ipse, idem, hic, iste, ille, qui, quis?

Oef. 25

Voornaamwoorden: Ego, tu, se, nos, vos, is, ipse, idem, hic, iste,ille, qui, quis?

Oef. 26

Onbepaalde voornaamwoorden:  (ali)quis, quidam, quisquam; (unus)quisque;nemo/nihil nullus, ullus, alius uterque, alter 

Oef. 27

part. praesens + substantief

Oef. 27 bis part. praesens + substantief

Oef. 28

part. perfectum + substantief

Oef. 29

participium + substantief

Oef. 30

participium + substantief

Voor de oefeningen op de werkwoorden: klik hier.